Het testament Afdrukken

Op 16 oktober 1511 laten Hendrik Nannes en Catrijn Epes hun testament vastleggen. In dit testament wordt het leen, hier `proven` genoemd, ingesteld. De passage waarin dit gebeurt luidt als volgt:

`Item oock soe maecken wij van onsen goeden een proven in Sinte Martens Kercke, op Sinte Chrispinus ende Crispianus altaer ; het en sij dat wij op een ander altaer in denselven kerck  voer onsen doot ordineren  (………) ende willen en begeren alsdat dese Prijester, Diener disses provens, sal alle weecken leesen III missen op ten voors. altaer: als des sonnedaegs van den heiligen Drijevoudigheijt ende die ander II missen voor ons ende ons Olders ende al onse vrienden sielen ende oock vooral dije geene van ons tecort geschiet mogte wesen. Ende dije halve rente voors. sollen terstond  van ons nae sijn doot volgen jaerlicx om missen ende dije levende den doode daar trouwelick in te helpen. Item, dije eerste koer disses voors. proven holde wij an ons selven, tot vordendeel dije laest sterft van ons tween. Mer voert aff van dije tijt int evich sullen dije priesters wesen Collatores toe dit benefitium  ende bij raet des Priors in Thabor dije men daertoe sal requireren, alsoe dat dese vijer voors. bij raet der meeste part sullen altijt disse proeven voors. een goet man kijesen bij haeren conscientien sonder iemant wederseggen, geestelijcks of waerlijkcks; meer is daer ijmand bequaem van onsen bloet dija sal altijt dije naeste weesen`.

In 1524 maakt Hendrik Nannes, wanneer zijn vrouw is overleden en hijzelf naar Amsterdam verhuisd en opnieuw getrouwd, een tweede testament dat direct na de aanhef over de `prove`, de `pronde` oftewel het leen handelt, omdat het aan een ander altaar verbonden wordt (het Sunte Jacobs Altaer) en de inkomsten ervan niet verzekerd waren, hetgeen hij in dit nieuwe testament  verbetert.

Bron: Drs. G. Abma, `De Vier Bolswarder Lenen`, Het Witte Boekhuis, Bolsward 1979